logo

Het belangrijkste bij lesgeven is enthousiasme

Interview leraar wiskunde Bernike Rijkens

Bernike Rijksen (24), tweedejaars masterstudent Science, Education & Communication (richting Wiskunde) aan de Universiteit Twente.

‘Ik heb een nogal vreemde studieroute gekozen. Ik ben begonnen met een bachelor Bouwkunde aan de TU Delft. Dat was een interessante bachelor, maar ik vond het iets te globaal: als architect leer je van alles een beetje. Ik wilde meer de diepte in. Wiskunde leek me interessant. Een vriendin van mij deed de minor Educatie aan de TU Delft en was daar erg enthousiast over. Het klonk leuk: omgaan met leerlingen, moeilijke informatie begrijpelijk maken, nadenken over manieren om iedereen te motiveren. Ik besloot me in te schrijven voor de tweejarige master en heb daar nog steeds geen spijt van.

Veel interactie

Ik heb eerst, op eigen initiatief, een vooropleiding gedaan op het gebied van onderwijs in Utrecht, om te kijken of het vak van leraar wat voor mij was. Ik heb toen meteen mijn eerste stage gedaan. Dat was soms pittig, maar wel erg leuk. Het voelt goed om in een sociaal vak bezig te zijn. Als wiskundige ben je vaak helemaal alleen aan het werk, maar als leraar op een middelbare school heb je juist veel interactie. Natuurlijk heeft lesgeven moeilijke aspecten. Zo zijn sommige leerlingen lastig te motiveren. Maar ik vind het een uitdaging om ze toch bij de les te betrekken. Hoe? Door bijvoorbeeld andere werkvormen te gebruiken, of duidelijk te maken wat je met de lesstof in de praktijk kunt doen. Een goede voorbereiding van de les is daarbij erg belangrijk.

‘De combinatie van kennis overbrengen, je vakkennis verdiepen en een groep begeleiden vind je niet snel in een andere baan’

Inmiddels zit ik in het tweede jaar van de master. Bij de onderwijsvakken zitten we met ongeveer 35 masterstudenten, eerste- en tweedejaars masterstudenten, met daarbij vaak nog zo’n 70 minor-studenten. Die minor duurt een halfjaar en levert een tweedegraads leraar-bevoegdheid op. Met de master krijg je een eerstegraads bevoegdheid. Mijn master heet officieel Science, Education and Communication en leidt ook leraren op voor de vakken Natuurkunde, Scheikunde, Informatica en Ontwerpen. Bij de wiskundevakken zitten we met een groep van ongeveer 30 studenten. Een relatief klein clubje dus, waardoor het contact goed is en de docenten heel benaderbaar zijn. Studenten die al een master in Wiskunde hebben gehaald doen de onderwijsmaster in één jaar.

Goede sfeer

De sfeer in de master is goed. Samen met een paar medestudenten heb ik vorig jaar een studievereniging voor de lerarenopleiding opgezet, waarvoor ik eerst secretaris was en inmiddels penningsmeester. Bij onze studievereniging merk ik dat veel mensen interesse hebben in het vak van leraar. De Tegemoetkoming studiekosten onderwijsmasters maakt het wel interessant voor studenten die bijna een master op zak hebben. Zij kunnen met een vergoeding van 5.000 euro nog een jaar blijven studeren en halen meteen een eerstegraads onderwijsbevoegdheid.

Stages

De afgelopen anderhalf jaar heb ik twee stages gelopen: een van 25 uur en een van 100 uur. Die stages doe je naast andere vakken. Mijn stages waren erg leuk om te doen. Soms wel confronterend. Zo heb ik echt moeten leren om duidelijk te zijn naar leerlingen die niet actief meedoen aan de les. Soms is het gewoon nodig om iemand de klas uit te sturen. Je moet eigenlijk boos doen, of spelen dat je boos bent, voordat je echt boos wordt. Ik ben van nature niet goed in het handhaven van de orde, maar gelukkig is dat te leren. Door steeds je lessen goed te reflecteren: wat ging er goed en wat niet. Zo kom je erachter wat werkt. De docent op de stageschool speelt hierbij natuurlijk ook een belangrijke rol. Samen met deze docent bespreek je je lessen. Het belangrijkste bij lesgeven is uiteindelijk dat je enthousiast bent over je vak en jouw kennis graag door wilt geven.

Bij een stage wordt je begeleid door een wiskundeleraar, wiens klas je tijdelijk overneemt. In het begin is die leraar bij de lessen aanwezig, maar na een tijdje doe je het helemaal zelf. Het voelt gek om een klas over te nemen. Doe ik het wel hetzelfde als de ‘echte’ leraar?, dacht ik dan. Maar iedereen heeft natuurlijk zijn eigen stijl van lesgeven. De begeleider maakt achterin de klas aantekeningen, die je later met elkaar bespreekt. Soms zitten er ook andere stagiairs achterin de klas en beoordeel je elkaar. Van dat reflecteren heb ik heel veel geleerd. Observaties van anderen zijn vaak heel herkenbaar.

Veel kennis

Ik denk erover om na mijn lerarenopleiding een master wiskunde te gaan doen. Een beetje de omgekeerde volgorde dus. Ik wil me graag nog verder ontwikkelen op het gebied van wiskunde. Ik zou andere studenten aanraden om een ‘gewone’ master én een onderwijsmaster te doen. Voor je toekomstige leerlingen is dat ook vet, want die krijgen dan een leraar met veel kennis voor de klas. Ik kan me mijn scheikundeleraar op de middelbare school nog herinneren die ook onderzoek deed aan een universiteit. Die kon zó inspirerend vertellen!

Op dit moment geef ik les bij het Pre-University College van de Universiteit Twente. Middelbare scholieren kunnen bijles of extra verdiepende lessen krijgen. En na die master? Dan wil ik wel het onderwijs in, misschien gecombineerd met een andere baan. De combinatie van kennis overbrengen, je vakkennis verdiepen en een groep begeleiden vind je volgens mij niet snel in een andere baan.’

Datumfebruari 08, 2016